Een club krijgt uiteraard ook een bepaalde identiteit door de leden zelf. Zo zal de ene club bekend staan om de gezelligheid en drukte in de kantine en de ander door het structurele valsspelen op de baan. (Een claim die zomaar in de vorige eeuw gemaakt kan zijn, maar waar nieuwe leden nog steeds aan worden herinnerd.) Een vereniging wordt in die zin ook steeds meer een opzichzelfstaande leefomgeving, waar mensen op specifieke tijden samen komen, wint een team het kampioenschap wordt dat samen gevierd, komt er iemand te overlijden verschijnt er een stukje in de nieuwsbrief.

Ondanks het feit dat de banen overal even groot zijn en de nette even hoog valt het op dat het lokale verenigingen toch lukt om voor zichzelf een eigen identiteit te creëren. Dit zit hem niet alleen in het design van een kantine of clubhuis maar juist ook in de kleine details: De vindingrijkheid van een takelsysteem waarmee de gravelbak geopend kan worden, een inventief ophangsysteem voor de vegers of een 2de hands tuinhuisje dat fungeert als opslaghok. Deze soms chaotische brei aan kneuterigheid en goed bedoelde pogingen van vindingrijkheid staan in schel contrast met de secuur uitgelijnde speelvelden die de basis vormen voor de vereniging.